· 

Homonen & hongergevoel

Ik heb eerder een blog geschreven over de hoeveelheid calorieën die jouw lichaam echt nodig heeft en hoe je dit kunt berekenen. Dit keer wil ik het graag hebben over het honger- en verzadigingsgevoel. Hoe werkt dat nu eigenlijk? Hierin zijn met name de hormonen ghreline, lepten en insuline van essentieel belang. Ik probeer het hieronder kort begrijpelijk uitleggen.

 

Het hongerhormoon

Ghreline wordt ook wel het ‘hongerhormoon’ genoemd. Dit wordt door de maagwand uitgescheiden en zorgt er voor dat de eetlust wordt opwekt. De hoeveelheid neemt voor de maaltijd toe en na de maaltijd weer af. Als je eten aan het bereiden bent dan zal dit de productie van ghreline activeren. De productie van ghreline wordt geremd doordat de maag uitzet (de maag zet uit omdat er eten in zit). Daarnaast wordt het ook geremd door het hormoon letptine. Leptine zorgt voor het gevoel van verzadiging na het eten. Dit hormoon wordt gemaakt in de vetcellen. Aanvankelijk werd er gedacht dat leptine alleen in wit vetweefsel werd geproduceerd maar recentere studies doen vermoeden dat het ook in andere weefsels wordt geproduceerd. De ene veroorzaakt een gevoel van eetlust en de andere een gevoel van verzadiging.  

 

Nog een koekje?

Hoe komt het dan dat veel mensen heel snel na het eten van een koekje of snoepje weer ‘honger' hebben en naar het volgende koekje of snoepje grijpen? Dit gebeurt met name na het eten van suikerrijke voeding. Daar komt het volgende hormoon aan te pas: insuline. Insuline zorgt voor de opslag van suiker/glucose in je lichaam. Dat kan zijn in de spiercellen als glycogeen of als vet. Als je iets gegeten hebt en je bloedsuikerspiegel is hoog zorgt insuline er voor dat deze weer omlaag gaat. Hoe meer ’suiker’ in je voeding hoe meer insuline je nodig hebt om de bloedsuikspiegel weer naar een normaal niveau te krijgen. En als de spiercellen verzadigd zijn met glycogeen (suiker) zal de overtollige suiker opgeslagen worden als vet. Een logische redenering zou zijn; dat wanneer je te veel vetweefsel hebt er dus meer leptine wordt aangemaakt, je daardoor minder honger hebt en het vetweefsel door bewegen weer afneemt. Insuline heeft echter nog een werking. Het remt, blokkeert zelfs, de opname van leptine. 

 

Vicieuze cirkel

Wat er gebeurt is dat de leptine door de blokkering van insuline niet op de juiste plek in de hersenen (de hypothalamus) aankomt. Wat aanvankelijk een verzadigingsgevoel zou moeten geven gebeurt niet omdat de leptine geblokkeerd wordt door insuline. Met als gevolg dat de invloed van ghreline ook niet geremd wordt en je een continue hongergevoel houdt en dus blijft eten van de suikerrijke voeding. Dit zorgt dan weer voor meer insuline in het bloed, meer blokkering van leptine, meer honger … een heuse vicieuze cirkel.